|
Stap 2:
Aansluiten
Bevestig de
nieuwe kabels netjes en verzorgd. Best maak je ze met zgn 'tie-raps'
of tape vast aan de originele kabelboom, zodat het geen wirwar van
kabels wordt in je motorruimte. Sluit de kabels aan zoals aangegeven
in afb 6. Vergeet niet een zekering te plaatsen tussen de + pool van
de accu en het relais (afb 3). Bij het aftakken van de stuurstroom
voor het relais (aan de grootlichten) gebruik je best zgn
'stroomdiefjes'). Bepaal met een spanningzoeker van welke draad je
moet aftakken. Gebruik hiervoor één van de kabels die je tot in het
interieur gelegd hebt en sluit hem aan op de schakelaar in het
dashboard. De andere kabel sluit je ook aan op de schakelaar. Het
andere uiteinde komt op het relais (85). Hieronder nog even de
aansluitpunten van het relais:
86: naar de massa
(koetswerk of - pool accu)
87: naar de
verstralers/mistlampen
85: naar de
schakelaar op het dashboard
30: naar de +
pool van de accu
Stap 3:
montage van de lampen.
Bepaal de plaats
waar je de lampen gaat monteren (meestal bumper of bull-bar) en teken
de te boren gaten af. Sla daarna met een puntslag een klein putje
zodat je boor niet gaat wegschuiven. Boor eerst voor met een kleine
boor (bijv 5 mm) en later boor je het gat door met de diameter die je
nodig hebt. Let op: ook de lampen hebben massa nodig! Mogelijk krijgen
ze die via de bumper of de bull-bar, naargelang de constructie van de
lamp. Is dat niet het geval, leg dan een aparte massakabel.
Uiteraard is het
mogelijk om op deze manier daklichten te monteren. Als je ze bevestigd
op een imperiaal, kan je ze altijd demonteren wanneer je ze niet nodig
hebt. Om dat te kunnen, moet je wel een aparte aansluiting maken in de
kabel van het relais naar de lampen, zodat je deze kan afsluiten
indien nodig. Het zou ook niet handig zijn om deze lampen samen te
gebruiken met de grootlichten. Daarom tak je nu niet af aan de
grootlichten, maar rechtreeks aan de batterij of aan de standlichten.
Op die manier kan je bij een waterdoorwading je koplampen uitschakelen
(om het barsten van het glas te voorkomen) en toch nog verlichting
voeren. |